home


Vanuit de ‘wilde konijnen’ zijn natuurlijk onze ‘tamme konijnen’ ontstaan. In het wild leven wilde Konijnen en Hazen. Maar wanneer gaat het nou om een wildkonijn of een haas?

Een wild konijn komt voor in West-Europa, Zuid-Europa en in het zuiden van Scandinavië. De mensen hebben de konijnen later getransporteerd naar Amerika en Australië. De konijnen deden het goed en leven daar nu ook in grote groepen. Wilde konijnen hebben een zelfde kleur: Een dichte ondervacht, met bruin/grijze haren met een zwarte top. Deze kleur wordt ook wel ‘wildkleur’ genoemd. De onderbuik en staat is wit. Wilde konijnen kunnen ruim 10 jaar oud worden, maar worden gemiddeld maar 2 jaar (roofdieren, mensen, ziektes, enz.). Een wildkonijn blijft vrij klein en wordt niet zwaarder dan 2,5 kilogram (volwassen mannetje). Wilde konijnen leven in grote groepen. Ze leven voor een groot deel onder de grond, in een gangenstelsel met een boel vluchtroutes en holen waarin drachtige voedsters hun kraamhol (nest) maken. Dat maken ze van gras, zachte stro/takjes en haar eigen haren, die ze vlak voor de bevalling uittrekt. Vanaf het begin van het jaar tot eind zomer krijgt een voedster twee tot driemaal per seizoen een nest van 3 tot 8 jongen. De jongen worden kaal, doof en blind geboren en blijven ruim 2 weken in het nest liggen. Het moederkonijn komt 2 keer per dag haar jongen voeden. Wilde konijnen zijn voornamelijk in de schemering actief. Dan kun je ze ook het beste zien. Ze eten plantendelen zoals wortels van grassen, kruiden en loten van jonge stuiken en bomen. Wilde konijnen kunnen een afwijkende vachtkleur hebben. Vaak wordt gedacht dat dit losgelaten konijnen zijn, maar meestal zijn dit toch echte wilde konijnen. De afwijkende kleur is dan meestal zwart.

De Haas komt in bijna heel Europa voor. Hazen zijn een stuk groter dan wilde konijnen. Ze hebben veel grotere poten en oren. De kleur is ook verschillend. Ze komen voor in de keuren grijsbruin (wildkleur), roodbruin of geelbruin. De onderbuik en staat zijn wit en de toppen van de oren zijn zwart. Een volwassen haas kan ruim 5 kilo worden (mannetjes). Hazen worden in tegenstelling tot konijnen, veel minder oud. Hun gemiddelde leeftijd is 5 jaar. Hazen zie je meestal in hun eentje. Ze komen alleen tijdens de paartijd bij elkaar. Hazen leven boven de grond. Ze rusten in een ondiepe kuil, bij voorkeur onder een heg of in het hoge gras. Hazen zijn ongeveer 6 weken zwanger. Vanaf het begin van het jaar t/m de herfst krijgen ze 2 keer per seizoen 2 tot 4 jongen. Deze worden in het open veld geboren. De jongen kunnen meteen zien, hebben al haar en de oren staan al overeind. De moeder haas verlaat meteen het nest zodra de jongen geboren zijn. De jonge haasjes verlaten het nest binnen enkele dagen daarna. Dagelijks, na zonsondergang, komen de jonge haasjes daar weer terug en komt de moeder haas vlak daarna om haar jongen te zogen. Na een maand moeten de jongen zelf kunnen overleven en komt de moeder niet meer terug. De hazen zijn vooral in de schemering en ’s nachts actief. Ze eten grassen, kruiden, granen, maďs, klaver en aardappelen. Keutels van hazen zijn 2x zo groot als die van wilde konijnen.

Als je jongen van een wildkonijn of haas aantreft, laat ze dan op exact de zelfde plek liggen waar je ze aantreft!! Jonge haasjes worden na zonsondergang door hun moeder opgezocht. Wanneer de jongen in levensgevaar zijn moet je wel actie ondernemen. Kijk hiervoor op www.konijnenbelangen.nl voor een uitgebreide informatie (onder de pagina: voeding voor jonge konijntjes)